Decubitus

Algemene informatie

Decubitus is een plaatselijke schade aan de huid en/of het onderliggende weefsel ten gevolge van druk, al of niet in combinatie met schuifkrachten. Decubitus ontstaat meestal op de plaats van een uitstekend bot, maar kan ook het gevolg zijn van druk van medische of andere hulpmiddelen.

Decubitus is een ernstige aandoening en heeft gevolgen op de kwaliteit van leven. Decubitus heeft
invloed op het lichamelijk functioneren, het psychische welbevinden en het sociaal functioneren. Behalve dat ervaart men ook pijn en ongemakken.

Bij decubitus kan de huid nog intact zijn of kan er sprake zijn van een open wond. De tolerantie voor  druk- en schuifkrachten verschilt per weefselsoort en wordt beïnvloed door leeftijd, doorbloeding, gezondheidstoestand, het microklimaat en de conditie van de weke delen zelf. De belangrijkste factor voor het ontstaan van decubitus is een verstoorde mobiliteit.

De stadia van Decubitus

  • Categorie I: niet wegdrukbare roodheid
  • Categorie II: verlies van een gedeelte van de huidlaag
  • Categorie III: verlies van de volledige huidlaag
  • Categorie IV: uiteindelijke weefselschade

 

 

Niet-wegdrukbare roodheid bij een intacte huid:


Intacte huid met niet-wegdrukbare roodheid in een gelokaliseerd gebied ter hoogte van een botuitsteeksel. Een donkere huid vertoont mogelijk geen zichtbare verkleuring en is daarom moeilijker te beoordelen. Het gebied kan pijnlijk, stijf, zacht, warmer of kouder zijn in vergelijking met aangrenzend weefsel.

 

 

Verlies van een deel van de huidlaag of blaar:


Een glimmende of droge oppervlakkige wond met een roze wondbodem, zonder wondbeslag of kneuzing. Een deel van de lederhuid (dermis) is verdwenen. De wond kan er uitzien als een intacte, een open of een gescheurde blaar. Ook een blaar gevuld met vocht(plasma) en/of bloed behoort tot categorie II.

 

 

Verlies van een volledige huidlaag (vet zichtbaar):


Een huidlaag is weggevallen, waardoor onderhuids vet zichtbaar is. Bot, pezen en spieren liggen niet bloot. Wondbeslag, ondermijning of tunnelvorming kunnen aanwezig zijn. De diepte van de categorie III-decubitus varieert per lichaamsplaats. De neusbrug, het oor, het achterhoofd en de enkel hebben geen subcutaan (vet)weefsel waardoor de wond oppervlakkig is. In gebieden met een grote hoeveelheid vet kunnen zich extreem diepe wonden ontwikkelen. Bot en pezen zijn niet zichtbaar of direct voelbaar.

 

 

Verlies van een volledige weefsellaag (spier/bot zichtbaar):


Het verlies van een volledige weefsellaag met
blootliggend bot, pezen of spieren. Een vervloeid wondbeslag of necrotische korst kan aanwezig zijn. Meestal is er sprake van ondermijning of tunnelvorming. De diepte van de wond varieert per lichaamsplaats. Categorie IV-decubitus kan zich uitbreiden in de spieren en/of ondersteunende structuren. Blootliggend bot of spierweefsel is zichtbaar en voelbaar.